Motor

“The real cycle you're working on is a cycle called yourself.” ― Robert M. Pirsig (Zen and the Art of Motorcycle Maintenance)

 

Het begin

 

Mijn A-rijbewijs heb ik behaald op 6 mei 1982. Dat was de tweede keer dat ik examen deed. De eerste keer bleek ik in staat om de examinator kwijt te rijden. Na wat gezoek ben ik uiteindelijk maar weer teruggereden naar het startpunt. De examinator was er al. Hij vond het een positief punt dat ik blijkbaar goed genoeg kon rijden om heelhuids terug te keren, maar vond dat toch onvoldoende om daar zijn heel oordeel op te baseren. Dus volgende keer beter.

Meteen daarna heb ik mijn tweede motor gekocht: een BMW R90S uit 1974. Mijn eerste motor was een Suzuki 350T waar ik een tijdje illegaal op heb rondgereden. Deze 90S heb ik ruim twintig jaar bereden. Ik kende de motor uiteindelijk van binnen en van buiten.

Het ding heeft gedurende die tijd een paar gedaanteverwisselingen ondergaan. Toen ik hem kocht zat er een WEMA-kuip op, met een cassettespeler en boxen. Een oerlelijk ding, maar door geldgebrek bleef die er voorlopig wel op. Rond 1986 was het tijd: de WEMA ging eraf en er kwam een enkel scherm op en een breed stuur. Heerlijk om mee te rijden. Na enige tijd begon ik RT-kuipen wel leuk te vinden. Rond 1993 een tweedehandsje gekocht en in een kleur laten spuiten die ik wel leuk vond. Na enige tijd was ik die volle kuip toch wel weer zat. Na de kuip verpatst te hebben, heb ik weer het toerscherm erop gezet. Ergens in deze tijd heb ik ook nog een korte tijd een Honda XL500 gehad. Eigenlijk was die meer voor mijn levenspartner bedoeld, maar die was het na enige tijd zat. De motor startte een beetje slecht en had alleen een kickstarter. Vandaar exit Honda. Ik begon ondertussen ook te spelen met de gedachte om de 90S terug te brengen naar zijn originele staat. Op zoek dus naar het originele S-kuipje. Die vond ik uiteindelijk in Vlaardingen. De motor leek vervolgens op een originele R90S. Op één ding na, de kleur. Origineel was het een silver-smoke uitvoering en nu was ie een soort van donkerpaars. Bij een 90S specialist in Vorden maar eens gevraagd wat het spuiten ging kosten. Dit resulteerde in 2003 in de verkoop van de 90S aan een Belg. Misschien dat de motor nu nog ergens rondtuft in het Vlaamse land. Soms heb ik nog wel eens spijt van de verkoop, soms.

In 2001 had ik er al een K100RT bijgekocht. Leek me wel een leuke machine. Dat was het ook wel, maar had als minder leuke eigenschap dat het stuur rond de 80-90 km/h begon te trillen. Het vibreerde dusdanig dat mijn handen na een rit van vijftig kilometer als verdoofd aan mijn polsen hingen. Een aantal dingen geprobeerd om van dat trillen af te komen, maar uiteindelijk slaagde één oplossing: verkoop. Ik verkocht hem, een aantal maanden na de 90S, in 2003 aan een Brabander die er een zijspan aan wilde hangen. Of dat gelukt is weet ik niet. Het kenteken bestaat inmiddels niet meer in de database van de RDW.

Vervolgens was ik een aantal maanden motorloos. Die tijd gebruikte ik om te overdenken welke motor ik nu zou willen. Het werd in maart 2004 een R1100RT, een blauwe, met elektrisch verstelbare voorruit. In augustus van hetzelfde jaar werd ik op dat ding door een onoplettende chauffeur onderuit gereden. Was even van de wereld en toen ik mezelf weer terug vond op het wegdek, wist ik niet waar ik was, waarom ik er was en wanneer ik er was. Het ongeval leverde me een blijvende lichte hersenbeschadiging op. De motor zelf was weer vrij snel gerepareerd en een aantal maanden na het ongeluk kroop ik er weer op. Maar iets was er toch veranderd. Ik vond hem niet meer zo leuk, ik vond het eigenlijk steeds meer een motor worden voor oude mannen. Ik was zelf inmiddels ook al de vijfenveertig gepasseerd. Misschien dat dat er iets mee te maken had? Hoe dan ook, de beslissing werd genomen om hem te verkopen. Ik wilde een 1100GS, een echte motor voor ruig terrein. Ik zag me al in Afrika door de woestijn rijden. Een klein midlife crisisje op de achtergond. In december 2008 werd ie verkocht en kon ik op zoek naar mijn 1100GS.

In mei 2009 vond ik hem via het Internet in Groningen, een 1100GS uit 1999. In prima staat en voor weinig geld. Het is een GS en bedoeld voor meer dan alleen asfalt. Als een echte laatbloeier heb ik mezelf in 2011 in het diepe gestort en heb een ruige reis dwars door IJsland gemaakt met een leuke groep motorrijders. Een allroad cursus heeft me technisch nog wat bijgeschaafd. Maar het is nog niet helemaal wat het moet zijn. Mijn achilleshiel tot nog toe is het ploegen door diep mul zand. Eén van mijn oude dromen, op de motor rondrijden in Afrika, heb ik inmiddels op de GS waargemaakt.

 
 
GS Iceland